KERSTVERHAAL

december 22, 2009

Jaren geleden, wel veertien of zo, reed ik naar mijn oude spoorweghuisje in Frankrijk. Het was 24 December, razend koud en ik reed alleen met mijn twee honden. De gasten zouden de volgende dag pas komen, maar ik ging vooruit om te proberen het huisje wat gezellig te maken en op te warmen, geen eenvoudige taak omdat er in die tijd nog geen elektriek was. Maar hout genoeg, dus ik zou de haard flink opstoken in de hoop dat de schoorsteen ook de twee logeerkamers boven vorstvrij zou krijgen.
Alles liep heel voorspoedig, de grote wegen waren mooi drooggepekeld en ik zat me, al rijdend, lekker te verheugen op de komende dagen, met mijn hele auto vol heerlijke dingen, kruiken, extra dekens en kerstversiering.
In Noord Frankrijk was de tank bijna leeg, dus stopte ik bij een heel klein benzine-stationnetje waar geen rijen auto’s stonden. Met handschoenen rond het bevroren benzine-pistool tankte ik de auto barstensvol en betaalde binnen bij de enige kassa die er was, bevrouwd door een middelbare dame. Zo, nu nog even zelf naar de wc en dan een rondje met de honden over de ernaast liggende stijfbevoren wei. De honden deden keurig alles wat ze moesten doen en we konden weer door, ware het niet dat ik bij de op slot zijnde auto merkte dat ik mijn sleutels niet meer had. Paniek. Daarna zo rustig mogelijk nadenken. Ik had ze binnen nog gehad, dus de enige mogelijkheid was dat ik ze tijdens het uitlaten ergens op die witberijpte wei uit mijn gevoelloze handen had laten glijden. Terug. Met de aangelijnde honden die dit een beetje raar begonnen te vinden, we gaan nooit twee keer achter elkaar uit.
Probeer maar ‘s een sleutelbos te vinden in een enorm veld met hoog, bevroren gras. Dat lukt niet lekker. En intussen oplossingen verzinnen. Hier ergens blijven logeren, met alleen tas en geld (de rest zat allemaal op slot in de auto) en dan de gasten bellen of ze morgen, vóór vertrek bij mij thuis in Amsterdam de reservesleutels konden halen. Zoiets. Maar eerst even naar binnen om bij te komen. Ik vertelde mijn leed aan de kassa-mevrouw, die onmiddellijk zei: “Je krijgt mijn zoon mee.”
De zoon werd geroepen en kwam uit een achterkamer. Een achttienjarige slungel, een soort Franse Adje. Ook aan hem werd alles uitgelegd, hij keek me aan en zei: “Die gaan wij vinden.”
Precies de woorden die ik nodig had, al had ik er al geen enkel vertrouwen meer in. Enfin, wij die ijsvlakte weer in, de honden onder ons verdeeld omdat dat makkelijker zoekt en verdomd, na een kwartiertje roept hij: “Ik heb ze!” En hij had ze. Van verrukking gaf ik hem een klapzoen en zei dat God dus toch bestond, waarop hij onmiddellijk antwoordde: “Oui, c’est moi!”
Terug in de warme winkel van z’n moeder vertel ik haar alles en toon trots m’n sleutels, waarop ze me een geldstuk uit de kassa geeft. Misschien een Franse gewoonte, een geldstuk na het terugvinden van een verloren iets? Nee, ze zegt dat ik daarvan even een warme beker chocolademelk uit de automaat moet trekken, omdat ik daar wel aan toe ben.
En gelukkiger dan ik tot op dat moment voor mogelijk had gehouden reed ik verder naar mijn bestemming.
Het tankstationnetje heb ik later nooit meer terug kunnen vinden.

Eén reactie naar “KERSTVERHAAL”

  1. Arthur Jaspers Zegt:

    Zo zoet, zo mooi en stoer bovendien.


Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.