Het wordt anders in de buurt. Nee, totaal geen last van “Nieuwe Nederlanders”, maar wel van nieuwe, witte buren. Ik had al een mevrouw achter op het pleintje, die direct begint te schelden zodra ik met mijn twee kleine en keurig aangelijnde honden de hoek om kom. Ze woont éénhoog met een balkonnetje en daaronder bevindt zich een langwerpig perkje, waar mijn honden graag een poep onder een struik mogen doen. Die ik vervolgens weghaal. Ik ben, al zeg ik het zelf, een van de netste poepopruimers die een mens maar kan tegenkomen. Meteen gekrijs dus. Dan leg ik geduldig uit – en dat kan ze ook zien – dat ik het meteen weghaal, maar de eerste keer schreeuwde ze terug: “Het gáát niet om het opruimen!!!!!” Laat ik nou altijd gedacht hebben dat het daar nou juist wèl om ging, maar het ging haar “OM HET SCHIJTEN!” Ze kan niet tegen het zien van een poepende hond. Ja, daar kan ik natuurlijk weinig aan doen, daar zijn behandelingen voor. Nu mijd ik, voor de lieve vrede, zoveel mogelijk haar raam, en loop een ander rondje, maar een paar avonden geleden ging het op de nieuwe route alweer mis. Doen mijn honden een plas tegen een lantaarnpaal, komt er een nieuwe buurman razend zijn huis uit of ik GVD die klerehonden niet ergens anders kon uitlaten omdat de hele straat stonk naar hondenpis. Ik nog heel keurig: “Nee. Het is maar een heel klein straatje en zowel ik als de honden wonen hier gewoon en hun plas zult u voor lief moeten nemen.” Ik begon maar niet eens aan de uitleg dat hondenpies helemaal niet stinkt. Mensenpies en kattenpies en muizenpies en ik denk ook roofdierenpies, dat stinkt allemaal enorm, maar hondenpies echt niet, bovendien, één regenbuitje en het is allemaal weer weg.
Maar bovenal vind ik het geen verstandige kennismaking met buren. Als je ergens komt wonen is een scheldpartij tegen de oude bewoners niet echt een lekkere binnenkomer. Ik blijf dus gewoon met mijn honden wandelen, maar het loopt toch iets minder prettig.
